openen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
openen, beginnen
Uitspraak: /ˈoːpənə(n)/
Voorbeeld
Zij opent de deur voor de gasten.
Vervoeging
| ik | open |
| jij | opent |
| hij | opent |
| wij | openen |
| jullie | openen |
| zij | openen |
Verleden tijd
opende / openden
Voltooid deelwoord
hebbengeopend
Gebiedende wijs
open
Voorwaardelijke wijs
zou openen
Toekomende tijd
zal openen
Scheidbaar werkwoord