opgaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to go up
Uitspraak: /ˈɔpˌɣaːn/
Voorbeeld
De zon gaat elke ochtend op.
Vervoeging
ikga op
jijgaat op
hijgaat op
wijgaan op
julliegaan op
zijgaan op
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeopgaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou opgaan
Toekomende tijd
zal opgaan
Scheidbaar werkwoord