ophangen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
ophangen
Uitspraak: /ˈɔp.ɦɑŋ.ə(n)/
Voorbeeld
Zij ging de was ophangen in de tuin.
Vervoeging
| ik | hang op |
| jij | hangt op |
| hij | hangt op |
| wij | ophangen |
| jullie | ophangen |
| zij | ophangen |
Verleden tijd
hing op / hingen op
Voltooid deelwoord
hebbenopgehangen
Gebiedende wijs
hang op
Voorwaardelijke wijs
zou ophangen
Toekomende tijd
zal ophangen
Scheidbaar werkwoord