ophelpen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
help up
Uitspraak: /ˈɔpˌɦɛl.pə(n)/
Voorbeeld
Hij hielp zijn vriend op na de val.
Vervoeging
| ik | help op |
| jij | helpt op |
| hij | helpt op |
| wij | helpen op |
| jullie | helpen op |
| zij | helpen op |
Verleden tijd
helpte / helpten
Voltooid deelwoord
hebbengeophelpt
Gebiedende wijs
help
Voorwaardelijke wijs
zou ophelpen
Toekomende tijd
zal ophelpen
Scheidbaar werkwoord