ophouden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
ophouden
Uitspraak: /ˈɔpˌɦʌudə(n)/
Voorbeeld
Kun je ophouden met dat lawaai?
Vervoeging
| ik | houd op |
| jij | houdt op |
| hij | houdt op |
| wij | houden op |
| jullie | houden op |
| zij | houden op |
Verleden tijd
hield op / hielden op
Voltooid deelwoord
hebbenopgehouden
Gebiedende wijs
houd op
Voorwaardelijke wijs
zou ophouden
Toekomende tijd
zal ophouden
Scheidbaar werkwoord