opklaren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
clear up
Uitspraak: /ˈɔpˌklaː.rə(n)/
Voorbeeld
Het weer zal vanmiddag opklaren.
Vervoeging
| ik | opklaar |
| jij | opklaart |
| hij | opklaart |
| wij | opklaren |
| jullie | opklaren |
| zij | opklaren |
Verleden tijd
klarde / klarden
Voltooid deelwoord
hebbengeopklard
Gebiedende wijs
klar
Voorwaardelijke wijs
zou opklaren
Toekomende tijd
zal opklaren
Scheidbaar werkwoord