oplossen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
solve
Uitspraak: /ˈɔpˌlɔsə(n)/
Voorbeeld
We moeten dit probleem snel oplossen.
Vervoeging
| ik | los op |
| jij | lost op |
| hij | lost op |
| wij | lossen op |
| jullie | lossen op |
| zij | lossen op |
Verleden tijd
losste / lossten
Voltooid deelwoord
hebbengeoplosst
Gebiedende wijs
loss
Voorwaardelijke wijs
zou oplossen
Toekomende tijd
zal oplossen
Scheidbaar werkwoord