oppassen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
oppassen
Uitspraak: /ˈɔpˌpɑsə(n)/
Voorbeeld
Kun je vanavond op de kinderen passen?
Vervoeging
| ik | pas op |
| jij | past op |
| hij | past op |
| wij | oppassen |
| jullie | oppassen |
| zij | oppassen |
Verleden tijd
paste op / pasten op
Voltooid deelwoord
hebbenopgepast
Gebiedende wijs
pas op
Voorwaardelijke wijs
zou oppassen
Toekomende tijd
zal oppassen
Scheidbaar werkwoord