oproepen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to call
Uitspraak: /ˈɔp.ruː.pə(n)/
Voorbeeld
De leraar besloot om de ouders op te roepen.
Vervoeging
ikroep op
jijroept op
hijroept op
wijoproepen
jullieoproepen
zijoproepen
Verleden tijd
roepte / roepten
Voltooid deelwoord
hebbengeoproept
Gebiedende wijs
roep
Voorwaardelijke wijs
zou oproepen
Toekomende tijd
zal oproepen
Scheidbaar werkwoord