opruimen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
opruimen
Uitspraak: /ˈɔprœymə(n)/
Voorbeeld
Ik moet mijn kamer opruimen.
Vervoeging
| ik | ruim op |
| jij | ruimt op |
| hij | ruimt op |
| wij | ruimen op |
| jullie | ruimen op |
| zij | ruimen op |
Verleden tijd
ruimde op / ruimden op
Voltooid deelwoord
hebbenopgeruimd
Gebiedende wijs
ruim op
Voorwaardelijke wijs
zou opruimen
Toekomende tijd
zal opruimen
Scheidbaar werkwoord