opschieten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
opschieten
Uitspraak: /ˈɔpˌsxitə(n)/
Voorbeeld
We moeten opschieten om de trein te halen.
Vervoeging
ikschiet op
jijschiet op
hijschiet op
wijschieten op
jullieschieten op
zijschieten op
Verleden tijd
schoot op / schoten op
Voltooid deelwoord
hebbenopgeschoten
Gebiedende wijs
schiet op
Voorwaardelijke wijs
zou opschieten
Toekomende tijd
zal opschieten
Scheidbaar werkwoord