opspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
play up
Uitspraak: /ˈɔpˌspeː.lə(n)/
Voorbeeld
De kinderen spelen graag op in de speeltuin.
Vervoeging
ikopspel
jijopspeelt
hijopspeelt
wijopspelen
jullieopspelen
zijopspelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengeopspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou opspelen
Toekomende tijd
zal opspelen
Scheidbaar werkwoord