opsporen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
opsporen
Uitspraak: /ˈɔp.spoː.rə(n)/
Voorbeeld
De detective probeert de verdachte op te sporen.
Vervoeging
| ik | opspoor |
| jij | opspoort |
| hij | opspoort |
| wij | opsporen |
| jullie | opsporen |
| zij | opsporen |
Verleden tijd
spoorde op / spoorden op
Voltooid deelwoord
hebbenopgespoord
Gebiedende wijs
spoor op
Voorwaardelijke wijs
zou opsporen
Toekomende tijd
zal opsporen
Scheidbaar werkwoord