opspreken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
speak up
Uitspraak: /ˈɔpˌspreː.kə(n)/
Voorbeeld
Hij moest zijn tekst duidelijk opspreken.
Vervoeging
| ik | opspreek |
| jij | opspreekt |
| hij | opspreekt |
| wij | opspreken |
| jullie | opspreken |
| zij | opspreken |
Verleden tijd
sprekte / sprekten
Voltooid deelwoord
hebbengeopsprekt
Gebiedende wijs
sprek
Voorwaardelijke wijs
zou opspreken
Toekomende tijd
zal opspreken
Scheidbaar werkwoord