opstaan

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
opstaan
Uitspraak: /ˈɔpstaːn/
Voorbeeld
Ik moet elke ochtend om zes uur opstaan.
Vervoeging
iksta op
jijstaat op
hijstaat op
wijstaan op
julliestaan op
zijstaan op
Verleden tijd
stond op / stonden op
Voltooid deelwoord
zijnopgestaan
Gebiedende wijs
sta op
Voorwaardelijke wijs
zou opstaan
Toekomende tijd
zal opstaan
Scheidbaar werkwoord