opstarten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to start up
Uitspraak: /ˈɔp.stɑr.tə(n)/
Voorbeeld
Ik ga de computer opnieuw opstarten.
Vervoeging
| ik | start op |
| jij | start op |
| hij | start op |
| wij | starten op |
| jullie | starten op |
| zij | starten op |
Verleden tijd
startte / startten
Voltooid deelwoord
hebbengeopstartt
Gebiedende wijs
start
Voorwaardelijke wijs
zou opstarten
Toekomende tijd
zal opstarten
Scheidbaar werkwoord