opvallen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
opvallen
Uitspraak: /ˈɔpˌvɑlə(n)/
Voorbeeld
Haar rode jurk liet haar echt opvallen op het feest.
Vervoeging
ikval op
jijvalt op
hijvalt op
wijopvallen
jullieopvallen
zijopvallen
Verleden tijd
viel op / vielen op
Voltooid deelwoord
zijnopgevallen
Gebiedende wijs
val op
Voorwaardelijke wijs
zou opvallen
Toekomende tijd
zal opvallen
Scheidbaar werkwoord