opvangen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
catch
Uitspraak: /ˈɔpˌvɑŋ.ə(n)/
Voorbeeld
Kun je de bal opvangen?
Vervoeging
ikvang op
jijvangt op
hijvangt op
wijopvangen
jullieopvangen
zijopvangen
Verleden tijd
vangde / vangden
Voltooid deelwoord
hebbengeopvangd
Gebiedende wijs
vang
Voorwaardelijke wijs
zou opvangen
Toekomende tijd
zal opvangen
Scheidbaar werkwoord