opwerken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to work up
Uitspraak: /ˈɔpˌʋɛrkən/
Voorbeeld
Hij heeft zich in het bedrijf opgewerkt tot manager.
Vervoeging
| ik | opwerk |
| jij | opwerkt |
| hij | opwerkt |
| wij | opwerken |
| jullie | opwerken |
| zij | opwerken |
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengeopwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou opwerken
Toekomende tijd
zal opwerken
Scheidbaar werkwoord