organiseren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
organize
Uitspraak: /ɔrɣɑniˈzeːrə(n)/
Voorbeeld
We moeten een feest organiseren.
Vervoeging
| ik | organiseer |
| jij | organiseert |
| hij | organiseert |
| wij | organiseren |
| jullie | organiseren |
| zij | organiseren |
Verleden tijd
organiserde / organiserden
Voltooid deelwoord
hebbengeorganiserd
Gebiedende wijs
organiser
Voorwaardelijke wijs
zou organiseren
Toekomende tijd
zal organiseren