overbruggen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
bridge
Uitspraak: /ˌoːvərˈbrʏɣə(n)/
Voorbeeld
We moeten de kloof tussen de generaties overbruggen.
Vervoeging
| ik | overbrug |
| jij | overbrugt |
| hij | overbrugt |
| wij | overbruggen |
| jullie | overbruggen |
| zij | overbruggen |
Verleden tijd
bruggde / bruggden
Voltooid deelwoord
hebbengeoverbruggd
Gebiedende wijs
brugg
Voorwaardelijke wijs
zou overbruggen
Toekomende tijd
zal overbruggen
Scheidbaar werkwoord