overgaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
pass
Uitspraak: /ˈoːvərˌɣaːn/
Voorbeeld
De bel gaat over om drie uur.
Vervoeging
| ik | ga over |
| jij | gaat over |
| hij | gaat over |
| wij | overgaan |
| jullie | overgaan |
| zij | overgaan |
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengeovergaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou overgaan
Toekomende tijd
zal overgaan
Scheidbaar werkwoord