overgeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
overgeven
Uitspraak: /ˈoː.vərˌɣeː.və(n)/
Voorbeeld
Hij moest overgeven na het eten.
Vervoeging
ikgeef over
jijgeeft over
hijgeeft over
wijgeven over
julliegeven over
zijgeven over
Verleden tijd
gaf over / gaven over
Voltooid deelwoord
hebbenovergegeven
Gebiedende wijs
geef over
Voorwaardelijke wijs
zou overgeven
Toekomende tijd
zal overgeven
Scheidbaar werkwoord