overslapen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to oversleep
Uitspraak: /ˌoːvərˈslaːpə(n)/
Voorbeeld
Ik heb me vanochtend verslapen.
Vervoeging
| ik | overslaap |
| jij | overslaapt |
| hij | overslaapt |
| wij | overslapen |
| jullie | overslapen |
| zij | overslapen |
Verleden tijd
slapte / slapten
Voltooid deelwoord
hebbengeoverslapt
Gebiedende wijs
slap
Voorwaardelijke wijs
zou overslapen
Toekomende tijd
zal overslapen
Scheidbaar werkwoord