oversluiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordc2
Vertaling
to overclose
Uitspraak: /ˌoːvərˈslœy̯tə(n)/
Voorbeeld
We hebben besloten om de hypotheek over te sluiten.
Vervoeging
| ik | oversluit |
| jij | oversluit |
| hij | oversluit |
| wij | oversluiten |
| jullie | oversluiten |
| zij | oversluiten |
Verleden tijd
sluitte / sluitten
Voltooid deelwoord
hebbengeoversluitt
Gebiedende wijs
sluit
Voorwaardelijke wijs
zou oversluiten
Toekomende tijd
zal oversluiten
Scheidbaar werkwoord