overstappen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
transfer
Uitspraak: /ˈoːvərˌstɑpə(n)/
Voorbeeld
Je moet in Utrecht overstappen.
Vervoeging
ikstap over
jijstapt over
hijstapt over
wijoverstappen
jullieoverstappen
zijoverstappen
Verleden tijd
stappte / stappten
Voltooid deelwoord
hebbengeoverstappt
Gebiedende wijs
stapp
Voorwaardelijke wijs
zou overstappen
Toekomende tijd
zal overstappen
Scheidbaar werkwoord