overtrainen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to overtrain
Uitspraak: /ˌoːvərˈtrɛi̯nə(n)/
Voorbeeld
Pas op dat je je spieren niet overtraint.
Vervoeging
| ik | overtrain |
| jij | overtraint |
| hij | overtraint |
| wij | overtrainen |
| jullie | overtrainen |
| zij | overtrainen |
Verleden tijd
trainde / trainden
Voltooid deelwoord
hebbengeovertraind
Gebiedende wijs
train
Voorwaardelijke wijs
zou overtrainen
Toekomende tijd
zal overtrainen
Scheidbaar werkwoord