overvallen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
overvallen
Uitspraak: /ˌoː.vərˈvɑ.lə(n)/
Voorbeeld
De bank werd gisteren overvallen.
Vervoeging
| ik | overval |
| jij | overvalt |
| hij | overvalt |
| wij | overvallen |
| jullie | overvallen |
| zij | overvallen |
Verleden tijd
overviel / overvielen
Voltooid deelwoord
hebbenovervallen
Gebiedende wijs
overval
Voorwaardelijke wijs
zou overvallen
Toekomende tijd
zal overvallen
Scheidbaar werkwoord
zelfstandig naamwoordb1
de
Vertaling
overvallen
Uitspraak: /ˈoːvərˌvɑlən/
Voorbeeld
De stad heeft te maken met een reeks overvallen.