overwerken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
work overtime
Uitspraak: /ˌoːvərˈʋɛrkə(n)/
Voorbeeld
Ik moet vanavond overwerken.
Vervoeging
| ik | overwerk |
| jij | overwerkt |
| hij | overwerkt |
| wij | overwerken |
| jullie | overwerken |
| zij | overwerken |
Verleden tijd
werkte / werkten
Voltooid deelwoord
hebbengeoverwerkt
Gebiedende wijs
werk
Voorwaardelijke wijs
zou overwerken
Toekomende tijd
zal overwerken
Scheidbaar werkwoord