paar

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
het
Vertaling
paar
Uitspraak: /paːr/
Voorbeeld
Ik heb een paar nieuwe schoenen gekocht.
Meervoud
paren
Verkleinwoord
paartje
bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
paar
Uitspraak: /paːr/
Voorbeeld
Ik heb een paar vragen.
telwoorda2
Vertaling
paar
Uitspraak: /paːr/
Voorbeeld
Ik heb een paar vragen.