passagier
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
passagier
Uitspraak: /pɑsaˈʒir/
Voorbeeld
De passagier stapte uit de trein.
Meervoud
passagiers
Verkleinwoord
passagiertje