pesten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
pesten
Uitspraak: /ˈpɛstən/
Voorbeeld
Het is niet goed om anderen te pesten.
Vervoeging
ikpest
jijpest
hijpest
wijpesten
julliepesten
zijpesten
Verleden tijd
pestte / pestten
Voltooid deelwoord
hebbengepest
Gebiedende wijs
pest
Voorwaardelijke wijs
zou pesten
Toekomende tijd
zal pesten