plassen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda1
Vertaling
plassen
Uitspraak: /ˈplɑsə(n)/
Voorbeeld
De hond moet buiten plassen.
Vervoeging
| ik | plas |
| jij | plast |
| hij | plast |
| wij | plassen |
| jullie | plassen |
| zij | plassen |
Verleden tijd
plaste / plasten
Voltooid deelwoord
hebbengeplast
Gebiedende wijs
plas
Voorwaardelijke wijs
zou plassen
Toekomende tijd
zal plassen
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
plassen
Uitspraak: /ˈplɑ.sə(n)/
Voorbeeld
Na de regen waren er overal plassen.