plus
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
plus
Uitspraak: /plʏs/
Voorbeeld
Twee plus twee is vier.
Meervoud
plussen
Verkleinwoord
plusje
voegwoorda1
Vertaling
plus
Uitspraak: /plʏs/
Voorbeeld
Hij kocht een boek plus een tijdschrift.