praten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to talk
Uitspraak: /ˈpraː.tə(n)/
Voorbeeld
We praten vaak over boeken.
Vervoeging
ikpraat
jijpraat
hijpraat
wijpraten
julliepraten
zijpraten
Verleden tijd
pratte / pratten
Voltooid deelwoord
hebbengepratt
Gebiedende wijs
prat
Voorwaardelijke wijs
zou praten
Toekomende tijd
zal praten