printen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to print
Uitspraak: /ˈprɪntən/
Voorbeeld
Kun je dit document voor mij printen?
Vervoeging
ikprint
jijprint
hijprint
wijprinten
jullieprinten
zijprinten
Verleden tijd
printte / printten
Voltooid deelwoord
hebbengeprintt
Gebiedende wijs
print
Voorwaardelijke wijs
zou printen
Toekomende tijd
zal printen