racen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
racen
Uitspraak: /ˈreː.sə(n)/
Voorbeeld
Ze houden ervan om met hun auto's te racen.
Vervoeging
| ik | race |
| jij | racet |
| hij | racet |
| wij | racen |
| jullie | racen |
| zij | racen |
Verleden tijd
racete / raceten
Voltooid deelwoord
hebbengeracet
Gebiedende wijs
race
Voorwaardelijke wijs
zou racen
Toekomende tijd
zal racen