regelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
arrange
Uitspraak: /ˈreːɣələ(n)/
Voorbeeld
Kun je de reservering regelen?
Vervoeging
ikregel
jijregelt
hijregelt
wijregelen
jullieregelen
zijregelen
Verleden tijd
regelde / regelden
Voltooid deelwoord
hebbengeregeld
Gebiedende wijs
regel
Voorwaardelijke wijs
zou regelen
Toekomende tijd
zal regelen