regenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda1
Vertaling
to rain
Uitspraak: /ˈreː.ɣə.nə(n)/
Voorbeeld
Het begint te regenen, neem een paraplu mee.
Vervoeging
ikregen
jijregent
hijregent
wijregenen
jullieregenen
zijregenen
Verleden tijd
regende / regenden
Voltooid deelwoord
hebbengeregend
Gebiedende wijs
regen
Voorwaardelijke wijs
zou regenen
Toekomende tijd
zal regenen