relatie
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
relatie
Uitspraak: /reˈlaː.tsi/
Voorbeeld
Ze hebben een goede relatie met elkaar.
Meervoud
relaties
Verkleinwoord
relatietje