riem

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
riem
Uitspraak: /rim/
Voorbeeld
Hij droeg een bruine riem om zijn broek.
Meervoud
riemen
Verkleinwoord
riempje