riskeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
riskeren
Uitspraak: /rɪsˈkeːrən/
Voorbeeld
Hij wil zijn baan niet riskeren.
Vervoeging
ikriskeer
jijriskeert
hijriskeert
wijriskeren
jullieriskeren
zijriskeren
Verleden tijd
riskeerde / riskeerden
Voltooid deelwoord
hebbengeriskeerd
Gebiedende wijs
riskeer
Voorwaardelijke wijs
zou riskeren
Toekomende tijd
zal riskeren