roken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
roken
Uitspraak: /ˈroːkə(n)/
Voorbeeld
Roken is slecht voor je gezondheid.
Vervoeging
ikrook
jijrookt
hijrookt
wijroken
jullieroken
zijroken
Verleden tijd
rookte / rookten
Voltooid deelwoord
hebbengerookt
Gebiedende wijs
rook
Voorwaardelijke wijs
zou roken
Toekomende tijd
zal roken
zelfstandig naamwoorda2
Vertaling
roken
Uitspraak: /ˈroːkə(n)/
Voorbeeld
Roken is verboden in dit gebouw.