rondbewegen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to move around
Uitspraak: /rɔndbəˈʋeː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Je moet je arm voorzichtig rondbewegen.
Vervoeging
| ik | rondbeweeg |
| jij | rondbeweegt |
| hij | rondbeweegt |
| wij | rondbewegen |
| jullie | rondbewegen |
| zij | rondbewegen |
Verleden tijd
bewegde / bewegden
Voltooid deelwoord
hebbengerondbewegd
Gebiedende wijs
beweg
Voorwaardelijke wijs
zou rondbewegen
Toekomende tijd
zal rondbewegen
Scheidbaar werkwoord