rondbrengen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
deliver
Uitspraak: /ˈrɔntˌbrɛŋə(n)/
Voorbeeld
De postbode moet de brieven rondbrengen.
Vervoeging
| ik | rondbreng |
| jij | rondbrengt |
| hij | rondbrengt |
| wij | rondbrengen |
| jullie | rondbrengen |
| zij | rondbrengen |
Verleden tijd
brengde / brengden
Voltooid deelwoord
hebbengerondbrengd
Gebiedende wijs
breng
Voorwaardelijke wijs
zou rondbrengen
Toekomende tijd
zal rondbrengen
Scheidbaar werkwoord