ronddragen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
carry around
Uitspraak: /ˈrɔntˌdraː.ɣə(n)/
Voorbeeld
Hij moest de zware tas de hele dag ronddragen.
Vervoeging
ikrondraag
jijrondraagt
hijrondraagt
wijronddragen
jullieronddragen
zijronddragen
Verleden tijd
dragde / dragden
Voltooid deelwoord
hebbengeronddragd
Gebiedende wijs
drag
Voorwaardelijke wijs
zou ronddragen
Toekomende tijd
zal ronddragen
Scheidbaar werkwoord