rondgaan
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to go around
Uitspraak: /ˈrɔntˌɣaːn/
Voorbeeld
Er gaat een gerucht rond dat het bedrijf gaat sluiten.
Vervoeging
| ik | rondga |
| jij | rondgaat |
| hij | rondgaat |
| wij | rondgaan |
| jullie | rondgaan |
| zij | rondgaan |
Verleden tijd
gaande / gaanden
Voltooid deelwoord
hebbengerondgaand
Gebiedende wijs
gaan
Voorwaardelijke wijs
zou rondgaan
Toekomende tijd
zal rondgaan
Scheidbaar werkwoord