ruilen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
ruilen
Uitspraak: /ˈrœy̯.lə(n)/
Voorbeeld
Wil je je stoel met mij ruilen?
Vervoeging
ikruil
jijruilt
hijruilt
wijruilen
jullieruilen
zijruilen
Verleden tijd
ruilde / ruilden
Voltooid deelwoord
hebbengeruild
Gebiedende wijs
ruil
Voorwaardelijke wijs
zou ruilen
Toekomende tijd
zal ruilen