rusten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to rest
Uitspraak: /ˈrʏs.tə(n)/
Voorbeeld
Na het werk ga ik even rusten.
Vervoeging
ikrust
jijrust
hijrust
wijrusten
jullierusten
zijrusten
Verleden tijd
rustte / rustten
Voltooid deelwoord
hebbengerustt
Gebiedende wijs
rust
Voorwaardelijke wijs
zou rusten
Toekomende tijd
zal rusten