samenafhandelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to handle together
Uitspraak: /ˈsaːmənˌɑfˌɦɑndələ(n)/
Voorbeeld
We moeten deze zaak samen afhandelen.
Vervoeging
| ik | handel af |
| jij | handelt af |
| hij | handelt af |
| wij | handelen af |
| jullie | handelen af |
| zij | handelen af |
Verleden tijd
samenafhandelde / samenafhandelden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenafhandeld
Gebiedende wijs
samenafhandel
Voorwaardelijke wijs
zou samenafhandelen
Toekomende tijd
zal samenafhandelen
Scheidbaar werkwoord